NS 2000 Crowdfunding





Update 11/08/17


Toen wij in Amerika bij de fabriek waren waar de loc staat hebben wij de originele draaistellen gevonden! Deze stonden op een soort schrootplaats een paar kilometer van de fabriek verwijderd. Dat de draaistellen nog niet waren afgevoerd was puur toeval. De originele motoren zitten er ook nog in, al zal de kwaliteit hiervan op zijn minst discutabel zijn.

Gelukkig krijgen we er ook nog een aantal losse motoren en generatoren bij dus er zal voldoende bij zijn om er 1 compleet werkende loc van te bouwen. Dat wij die "reservedelen" erbij kregen had wel tot gevolg dat er weer extra vrachtwagens nodig zijn om die onderdelen naar de haven te vervoeren. Helaas blijken transport- en hijskosten in Amerika minimaal 8 x zo duur als in Europa maar zoals het er nu naar uitziet gaat het gewoon lukken om de loc + reservedelen naar Goes te transporteren.

De papieren zijn inmiddels ook nagenoeg allemaal aanwezig, nu is het wachten op de scheepvaartmaatschappij die aan moet geven op welke datum er een schip naar Nederland of België vaart waar de loc op kan.



Update 26/01/17


Er zijn foto`s ontvangen uit Amerika! Deze laten zien dat de machine in behoorlijk goede uiterlijke staat is, met hier en daar wat "gebruikssporen". Er is ook wat beperkte informatie over de technische staat van de machine ontvangen. De locomotief is rond 2005 buiten dienst gegaan en is sindsdien overdekt onder enkele silo’s weggezet. De laatste keer dat de loc is gestart rookte 1 van de twee zescilinder Cummins dieselmotoren flink waarbij men dacht aan een afstellingsprobleem. De andere motor liep prima. De locomotief is vervolgens geheel compleet en droog weggezet als strategische reserve. Naast de locomotief wil men ook nog een aantal reserve onderdelen schenken waarvan de verwachting was dat het zou gaan om enkele meters en kleine componenten. Het blijkt echter te gaan om een drietal complete tractiemotoren en twee hoofdgeneratoren. Zeer waardevolle onderdelen!

Op 21 December 2016 is er een constructief overleg geweest tussen een kleine SGB delegatie en de firma’s Spliethoff en BigLift. De firma Spliethoff is de verscheper en de firma Biglift de technische partner v.w.b. het verschepen van speciale ladingen. Diverse aspecten van het transport van de locomotief zijn toen aan de orde geweest zoals het papierwerk dat allemaal geregeld moet gaan worden, het verladen en de vaarroute. De route die naar grote waarschijnlijkheid zal worden bevaren is die van Cleveland naar Antwerpen. Een grote onverwachte meevaller is dat de machine tijdens de zeereis geheel benedendeks vervoerd kan worden. De schepen die Spliethoff gebruikt zijn voorzien van enorme liften en open klapbare dekken. De lading is daarmee goed beschermd tegen het zoute zeewater.

In maart zal een kleine SGB delegatie afreizen naar de Lehigh Cement fabriek in Mason City. In een week tijd wordt dan getracht allerlei zaken op orde te krijgen of anders met derden deze zien te regelen. Zo moeten er steunen ter plaatse worden gemaakt voor het vastzetten van de loc tijdens transport en moet het wegvervoer worden afgestemd. Ook wordt de locomotief zelf verder goed technisch geinspecteerd zodat we ook hier een beter beeld bij hebben.

Naast de genoemde aspecten zijn er nog tal van kleine zaken die geregeld moeten worden zoals toegang aan de kade in de haven van Antwerpen waar de locomotief ontscheept gaat worden. Deze toegang zal helaas alleen mogelijk zijn voor een select gezelschap, zoals pers en de mensen die giften hebben gestort van 2000 euro of meer.

Ondanks het feit dat voor het einde van 2016 het streefbedrag van 35.000 euro werd bereikt zijn extra donaties natuurlijk van harte welkom. Deze zullen dan bijdragen aan het verder herstel van de machine na aankomst in Nederland.





Update 20/12/16

Dankzij een gift van Stichting Holland Spoor / roestrijden.nl is het actuele streefbedrag bereikt. Een inhoudelijke update volgt binnenkort, wij wachten op nadere info uit Amerika.



Update 15/11/16

Zoals in de vorige update is te lezen,blijkt er onverwacht de kans te zijn om een beter exemplaar te verwerven. Deze machine bevindt zich midden in Amerika op het terrein van de "Lehigh Cements" (onderdeel van het Duitse Heidelberg Cement). De fabriek ligt in Mason City, zo`n 200 km onder Minnesota en ruim 1600 km. uit de kust... Het heeft aardig wat tijd gekost alvorens het "corporate headquarters" (de directie) het verzoek heeft behandeld maar er is gelukkig zeer positief nieuws gekomen. De directie is bereid om de machine aan de SGB over te dragen en er worden diverse reserveonderdelen bij beschikbaar gesteld!

We hebben natuurlijk positief op hun voorstel gereageerd en gevraagd om meer informatie over de locomotief, maar helaas duurt het weer even voordat er een reactie is. Hopelijk volgen snel meer foto`s en technische informatie. Op basis van wat bekend is uit fora en enkele oudere foto`s is duidelijk dat het gaat om nummer USA7989 uit 1943. Ter vergelijking: de NS 2004 had nummer 7985. De machine is rond 1985 van andere draaistellen voorzien, waarschijnlijk tijdens een grote revisie waarbij de loc eveneens is aangepast voor radiobediening. Deze draaistellen zijn van een iets lichter maar even oud type Whitcomb-locomotief afkomstig. De locomotief is vanwege een defecte tractiemotor niet rijvaardig maar werd nog ingezet bij het bedrijf tot 2010. Uiterlijk is de machine verder geheel in originele toestand en nog in goede staat. In de bufferbalk zijn de gaten voor bouten van de buffers van de inzet in Europa ook nog aanwezig.

In vergelijking met de machine in Lake Wales is dit een vele malen beter exemplaar, omdat deze in principe ook in technische zin compleet is en tot voor 5 jaar geleden nog gelopen heeft. De buitenzijde is niet verbouwd en doordat de machine steeds op eigen terrein heeft gestaan is er geen sprake van vandalisme of diefstal van componenten.

Op dit moment wordt er verder nagegaan op welke manier het transport binnen Amerika georganiseerd kan worden. Er zal begin 2017 een bezoek ter plaatse worden gebracht om de machine goed te inspecteren en verdere afspraken te maken. Tevens wordt dan duidelijk wat er beschikbaar is aan extra onderdelen. Als alles meezit, zou het transport naar Nederland in het voorjaar kunnen plaatsvinden. Intussen inventariseren we ook de mogelijkheden om in Italië vervangende draaistellen en tractiemotoren te verwerven.

Dankzij de extra donaties die afgelopen tijd nog zijn ontvangen, verwachten we dat het mogelijk is de extra transportkosten voor deze locomotief te kunnen financieren. Het transport van een ruim 65 ton zware machine per dieplader over zo`n 1600 km door Amerika is immers geen eenvoudige en daardoor dure klus. Vele bruggen en wegen zijn niet op zo`n gewicht gebouwd en de route kan wat omslachtig worden. Vervoer over het spoor is vanwege kostbare keuringen e.d. geen optie.

Pas na volledige technische controle in Nederland zal exact bekend zijn wat de kosten bedragen voor een eventueel later rijvaardig herstel. Hierover is nu nog niets te zeggen, maar wel zal een optische opknapbeurt op afzienbare termijn mogelijk zijn. Het belangrijkste doel kan dankzij alle sponsoren en donateurs in ieder geval worden gerealiseerd:het verwerven van een goede NS 2000 loc evenals het transport, en uiterlijk herstel!

We willen nogmaals iedereen hartelijk danken die tot op heden heeft bijgedragen in dit project! We gaan nu verder met de voorbereidingen en houden u van de vorderingen op de hoogte.



Update 28/09/2016

De afgelopen tijd is er veel tijd gestoken in organisatie van het transport waarbij we in contact zijn gekomen met de firma Spliethoff (www.spliethoff.com). Zij zijn gespecialiseerd in bijzondere zeetransporten naar de andere kant van de oceaan. Men was direct zeer enthousiast over het project en wil hieraan graag medewerking verlenen. Spliethoff heeft aangeboden het gehele zeetransport uit te voeren voor alleen de directe kosten zoals havengelden! Het transport zelf wil men geheel sponsoren. We zijn de firma Spliethoff dan ook zeer dankbaar voor deze belangrijke toezegging die de crowdfunding teller flink deed oplopen!

Inmiddels kan met zekerheid gesteld worden dat we de locomotief uit Lake Wales aan kunnen schaffen en naar de SGB brengen. Rijdend krijgen zal een erg grote klus zijn voor de langere termijn, de loc staat immers al minstens 30 jaar stil en is technisch incompleet. De buitenzijde is echter geheel origineel zodat al snel een NS 2000 getoond kan worden.

Rijdend alternatief??

Naast de machine in Lake Wales is vrij onverwacht er een mogelijkheid gekomen om een ander identiek exemplaar aan te schaffen. Deze machine was tot op heden onbekend omdat deze op een geheel afgesloten fabrieksterrein werd ingezet. Via een Amerikaans forum is deze loc gevonden (op basis van een luchtfoto...!) Navragen heeft opgeleverd dat de locomotief tot enkele jaren geleden volop werd ingezet maar inmiddels met een defect aan de kant staat.

Deze loc is in een veel betere technische staat en met relatief weinig werk weer rijdend te maken. Maar de aankoopprijs ligt daardoor wel een stuk hoger... Op het moment van schrijven zijn de gesprekken hierover gaande met de eigenaar. Er zal naar schatting zeker 10.000 tot 15.000,- euro extra nodig zijn voor deze locomotief. Men is positief over eventuele verkoop maar is er nog niets met zekerheid bekend, de onderhandelingen lopen nog!

We hopen dat we uiteindelijk voor die machine kunnen kiezen zodat de 2000 vrijwel meteen rijvaardig zal zijn. Het wat hogere aankoopbedrag bespaart uiteindelijk weer veel geld (en werk!) aan de motorrevisie enz. van de machine in Lake Wales. De definitieve keuze zal voornamelijk aan het totale beschikbare bedrag afhangen! Mocht er niet voldoende ruimte zijn voor aanschaf van de betere machine dan zal het bedrag dat resteert na verwerving natuurlijk in het herstel van de loc uit Lake Wales worden gestoken!

De crowdfundingactie verloopt gelukkig erg goed, zoals we hoopten is er een groot publiek geïnteresseerd in het historische NS dieselmaterieel. Er zijn veel enthousiaste reacties ontvangen!

Wij zijn naast de fa. Spliethoff, diegene die reeds gedoneerd hebben allemaal zeer erkentelijk voor hun bijdragen! Hopelijk kunnen we samen de meter nog een stuk laten oplopen om zo voor de "rijdende NS 2000" kunnen gaan!


Lees hieronder de informatie over het 2000-project. Wilt u een bijdrage leveren? Informatie daarover vindt u ook hieronder.

(Einde update 28/09/2016)

Als op 7 december 1941 de Amerikanen door de Japanse aanval op Pearl Harbour betrokken raken bij de Tweede Wereldoorlog worden diverse oorlogsproductieprogramma’s verder geïntensiveerd en zet de natie alles op alles om ook nu zelf voldoende slagkracht te krijgen. Tot die tijd draaide de productie van wapens en vliegtuigen met name op de vraag vanuit landen als Engeland en Frankrijk. Grote fabrieken worden vanaf 1942 zelfs volledig omgebouwd om in plaats van civiele producten over te stappen naar de productie van militaire objecten, zoals tanks of vliegtuigen. Een van de firma’s die sinds maart 1941 voor het Amerikaanse leger diesellocomotieven bouwt is de Whitcomb Locomotive Company in Rochelle, Illinois. Het USA Transportation Corps dat deel uitmaakt van het Amerikaanse leger had behoefte aan zware machines om de bevoorradingstreinen in het Midden-Oosten te kunnen gaan trekken. Whitcomb bouwt in 1941 en 1942 daarvoor 110 vierassige diesellocomotieven met centrale cabine onder het type 65DE14. Dit waren machines op basis van bestaande modellen, maar dan zwaarder en uitgerust met verbeterde remsystemen en extra stoffilters onder de centrale cabines. De gepantserde cabine komt door de extra filters verhoogd te staan. Het totaalgewicht van deze locomotieven bedroeg 73 ton. De machines worden in de zomer van 1942 naar het Midden-Oosten overgebracht en dragen dan een zandkleur om niet op te vallen. In de praktijk reden ze zelfs soms tussen de goederenwagens in om de kans om geraakt te worden verder te verkleinen. De Military Railway Services (M.R.S.), de uitvoerende tak van het Amerikaanse leger, geeft de machines nummers in de reeksen 12XX en 15XX.

Inzet in West-Europa

Als het Amerikaanse leger in juli 1943 via Sicilië Italië binnenvalt volgt spoedig daarna de overbrenging van 49 Whitcombs vanuit het Midden Oosten. De machines worden nu van een donkergrijze kleur voorzien en verzorgen net als in het Midden-Oosten de bevoorrading van troepen en bevrijde steden. Veelal in dubbeltractie, waarbij ze in staat zijn om treinen van 1000 ton te trekken. In 1944 volgt een nieuwe directe levering vanuit Amerika naar Italië via de havenstad Napels van 86 Whitcomb-machines. Deze zijn echter van het wat lichtere type 65DE19 en hebben een fabrieksnummer in de reeksen 81XX en 84XX. Bij de M.R.S. worden deze in de serie 13XX ondergebracht. De naar Italië overgebrachte exemplaren maken daarbij deel uit van een veel grotere serie, want Whitcomb bouwt in de jaren 1943-1945 in totaal 168 machines van het type 65DE19 in kleine deelseries. De machines worden vanaf december 1943 in eerste instantie in Engeland afgeleverd en op diverse locaties opgeslagen totdat D-day (6 juni 1944) een feit is. Vanaf juli 1944 worden ze dan overgebracht naar Frankrijk en opvolgend worden nieuw gebouwde vanuit de Verenigde Staten rechtstreeks in Frankrijk en Italië afgeleverd.

Rijden bij de FS

Als de oorlog ten einde komt worden de 49 Whitcombs van het type 65DE14 overgenomen door de Italiaanse Spoorwegen en vernummerd tot de serie D120. Deze worden vrijwel direct voorzien van andere dieselmotoren, omdat de oorspronkelijke Buda’s de wisselende belasting niet goed aan kunnen en daardoor schade in de cilinderkoppen oplopen. In het begin van de jaren zeventig zijn de locomotieven aan een grote revisie toe en wordt besloten de eerste aandrijflijn in zijn geheel te vervangen door één sterke Saurer-dieselmotor. Als serie D143, met de bijnaam “Truman”, doen de locomotieven dan tot 2015 dienst. De D143 3021 is inmiddels de officiële FS-museumloc en wordt getoond in zijn laatste uitvoering.

Terug naar Amerika

Alle in Italië aanwezige locomotieven van het lichtere type 65DE19 worden na het beëindigen van de oorlog naar Frankrijk gedirigeerd. Daar worden zij verzameld op de militaire legerdump van Gennevilliers bij Parijs. NS koopt in de zomer van 1946 twintig machines en brengt die in juli 1946 over naar Nederland. De meeste stammen uit de serie 84xx. De overige machines in de legerdump keren terug naar de Verenigde Staten met de bedoeling deze te reviseren en te gaan gebruiken in de oorlog tegen Japan. Zo ver komt het echter niet. In de twee jaar nadien worden de meeste machines doorverkocht aan bedrijven in de Verenigde Staten, Canada, Mexico en Cuba. Ook de Whitcomb-fabriek koopt een aantal exemplaren terug, reviseert deze en verkoopt ze na ombouw als type 70DE26 aan de industrie in de V.S.

Op Nederlands spoor

NS stelt de locomotieven die zij gekocht heeft na het nodige herstelwerk in de loop van 1946 en 1947 in dienst onder de nummers NS 601-619. Het twintigste exemplaar wordt als onderdelenleverancier gebruikt en in 1947 gesloopt. Al snel blijkt dat de problemen met de interne koeling van de Buda-motoren niet bedrijfszeker genoeg opgelost kunnen worden, waardoor de scheuren in de cilinderkoppen terug blijven komen. Daarom wordt aan het eind van 1952 besloten de Buda’s te vervangen door Thomassen-motoren. Dit krijgt in 1953 zijn beslag. De 603 haalt deze ombouw niet en wordt in 1953 eveneens gesloopt waarna de overige achttien stuks vernummerd worden in de NS-serie 2001-2018. Zij worden ingezet in het goederenverkeer, maar bij tijd en wijle ook voor het reizigersvervoer. In de jaren kort na de oorlog heerste namelijk voor alle diensten een gebrek aan machines. In latere jaren zijn ze met name ingezet in het goederenverkeer, zoals het verrijden van de zware olietreinen vanuit Schoonebeek. Nadat de aflevering van de nieuwe diesellocs van de serie NS 2200 in 1958 is afgerond worden de 2000’en tussen 1958 en 1960 alle buiten dienst gesteld en gesloopt.

USATC-museumstukken

Voor de bevrijding van Europa zijn ruim 100.000 stuks spoorwegmaterieel door de geallieerden gebouwd en naar het vasteland van Europa verscheept. Heden ten dage is van die hoeveelheid maar zeer weinig materieel over, of beter gezegd bewaard gebleven. Zo resteren in Engeland een aantal stoomlocomotieven van het USATC en een enkele goederenwagen, maar als wij daarbuiten kijken is het bevrijdingsmaterieel op een paar handen te tellen. Ook in Nederland is maar weinig terug te vinden. De SGB heeft een aantal jaren terug de stoomloc USATC 4389 volledig gerestaureerd. In Amerika, het land van oorsprong van veel materieel, is dat museale aantal bedroevend. Van zogezegde zware diesellocomotieven gebouwd door Whitcomb zijn maar vier van het type 65DE19 behouden. Twee zijn rijvaardig, de andere twee vervullen een statische rol. Over het lot van de overige machines die bij de industrie aldaar in dienst waren is maar moeizaam informatie te verkrijgen. Enkele jaren terug stond er nog een exemplaar in originele staat te koop voor $ 10.000 maar inmiddels is deze helemaal van de radar verdwenen.

Een nieuwe NS 2000?

Al langere tijd leeft de wens onder spoorwegliefhebbers om weer een NS 2000 op de baan te zien. In de afgelopen jaren zijn reeds diverse pogingen ondernomen door verschillende mensen om tot de verwerving van een machine te komen. Helaas zijn deze pogingen allemaal gestrand om diverse redenen, maar misschien is er nu toch nog een nieuwe kans om tot een NS 2000 replica te komen. Het ongelukkige toeval wil dat ter nagedachtenis van de veel te vroeg overleden spoorwegliefhebber en oud-STIBANS bestuurslid, Lex Lijsten, de erfgename heeft aangegeven Lex permanent te willen herdenken in de vorm van een spoorwegobject bij een museumlijn. Zij stelt daartoe een bedrag ter grootte van 25.000 euro ter beschikking. Het voorstel is toen gedaan om in Italië of in Amerika uit te zien naar een Whitcomb-locomotief en deze over te brengen naar Nederland. Een bijzondere loc die een belangrijke rol in de bevrijding van Europa en het naoorlogse Nederland heeft gespeeld. Dat voorstel werd geaccepteerd, waarna de zoektocht kon worden gestart. De SGB heeft al in een vroeg stadium te kennen gegeven interesse te hebben in een samenwerking om zo een unieke locomotief binnen Nederland een passend thuishonk te kunnen bieden. Dit project past goed bij haar doelstelling om een breder publiek aan te spreken in combinatie met het vooroorlogse goederenmaterieel dat de SGB heeft. Bovendien hebben deze locomotieven na de oorlog ook dienstgedaan op de Zeeuwse Lijn. Uit praktisch oogpunt is de machine eveneens welkom, want de trekkracht is ruim voldoende voor het rijden van de SGB museumtreinen. De recent verworven NS 2400 vervult deels eveneens deze rol, maar is met name vanwege de aansluiting op de SGB-lijn als “bietenlijntje” van belang in de collectie.

Op speurtocht

In eerste instantie lag de focus op het verwerven van een Whitcomb uit Italië. Het Europese stoot- en trekwerk is aanwezig en de machines hebben tot voor kort nog gereden en onderhoud gehad. Transport zou via het spoor kunnen plaatsvinden, hoewel dat met de huidige regelgeving wel de nodige papieren hobbels zou kunnen geven. Over de weg vervoeren leek lastig in verband met de grote afmetingen. Praktisch gezien zou zo’n machine bovendien aangepast moeten worden om het type 65DE19 zonder extra stoffilters te herbouwen. Met name de cabine dient dan te worden herbouwd. De huiven zijn vrijwel gelijk, hoewel de stand van de zijwanden verschilt, maar deze is met weinig moeite aan te passen. Een niet geringe klus echter, die wel uitgevoerd kan worden in de werkplaats van de SGB. Er kwam echter een onvoorziene kans voorbij, waardoor de Italiaanse optie voorlopig op een zijspoor is komen te staan. Afgelopen februari stuitte een van de projectmedewerkers via een Amerikaans spoormuseaforum op een foto van een Whitcomb, gelijkend op de NS-versie, staand bij een klein museum in de plaats Lake Wales in Florida. De begeleidende tekst meldde dat de locomotief samen met een zesassig rijtuig te koop was omdat het verdere onderhoud te veel zou gaan kosten. Sloop dreigde als er zich binnen afzienbare termijn geen koper voor beide spoorobjecten zou aandienen. Goed te zien was op de gepubliceerde foto dat het om een locomotief ging die in het E.T.O. (European Theatre of Operations) in 1944-45 had dienstgedaan. De bufferbouten waren namelijk nog aanwezig. Vervolgens is met het museum contact gelegd over de mogelijkheden voor aankoop van deze machine. De vraagprijs bleek tussen de 10 en 15.000 USD te liggen en op verzoek werd een uitgebreide serie foto’s van zowel de buitenzijde als binnenzijde toegestuurd, zodat er ook enig inzicht in de algehele technische staat van de machine kon worden verkregen.

Technische staat

Aan de hand van de foto’s bleek dat het casco zich in een redelijke staat bevindt, maar technisch gezien de locomotief een grote revisie nodig heeft. De originele Buda 6-DCS-1879 dieselmotoren zijn niet meer aanwezig, maar in de loop der jaren vervangen door Cummins-motoren. Om die reden zijn er dan ook radiatoren in de beide neuzen gebouwd. De beide elektrische generatoren zijn nog wel aanwezig, evenals de compressoren. In een van de draaistellen ontbreken twee tractiemotoren. Gelukkig is de cabine grotendeels nog wel in oorspronkelijke staat.Dat er toch ook een commemoration plaque op het chassis was aangebracht waarop de historie van de locomotief is af te lezen was verrassend om te ontdekken, net als de typerende Amerikaanse bel op de voetplaat. Door het zomerse weer is na jaren de donkergrijze USATC-kleur verworden tot een uitgebleekte variant. Wat de tractie-installatie betreft zal er eenmaal in Nederland, bekeken moeten worden wat gereviseerd kan gaan worden. Bij de SGB zullen in de toekomst geen lange, zware goederentreinen rijden zodat vooralsnog reeds één werkende tractie-installatie voldoende zou zijn.

Transportkosten

Nu bleek dat herstel van de machine geen bijzonder grote bezwaren met zich mee zou brengen zijn de transportopties bezien. Snel bleek dat de transportkosten nogal in de papieren lopen, met name omdat de loc niet binnen gangbare containermaten is te plaatsen. De kosten voor transport bedragen ruwweg 45.000 euro. Een sponsor voor dit gehele bedrag bleek niet te vinden, maar de firma Spliethoff heeft aangeboden het zeetransport tegen kostprijs uit te voeren!. De firma Mammoet heeft aangeboden het hele logistieke traject uit te willen werken en in kaart te brengen, inclusief de kosten en partijen die een dergelijke speciale klus kunnen klaren. Zeer mooie aanbiedingen, maar de voorwaarde om dit te accepteren is dat eerst het ontbrekende bedrag op tafel moet komen. Niet onbelangrijk is dat inmiddels met de huidige eigenaar een aankoopprijs van 5000 USD (ca. 4500 euro) is overeengekomen, ongeveer de schrootwaarde van de locomotief. Daarmee resteert een tekort van circa 25.000 euro op de totale kosten van 50.000 euro om de locomotief aan te schaffen en naar Nederland te vervoeren.

Financiële ondersteuning

Nu dit een feit is en de aanbiedingen van de firma Spliethoff en Mammoet er liggen willen wij in eerste instantie trachten de Whitcomb uit Amerika te halen, temeer omdat deze machine in principe gelijk is aan de machines die in Nederland hebben gereden en zelfs uit dezelfde productielijn bij Whitcomb stamt (serienummer 8416).

Daarom willen wij een beroep doen op dieselminnend Nederland. Help ons een NS 2000 te realiseren door geld te storten op bankrekening NL80 ABNA 0460 0250 15 t.n.v. Stichting Stoomtrein Goes -Borsele onder vermelding van “NS 2000”.

Omdat de kans bestaat dat de benodigde gelden voor verwerving uit Amerika niet bij elkaar gaan worden gebracht staat als alternatief de Italiaanse optie ons voor ogen. Deze loc zal waarschijnlijk minder kosten met zich meebrengen, maar vereist meer werk om hem aan te passen. Mochten uiteindelijk beide opties financieel niet haalbaar zijn, dan zou de SGB uw schenking graag ten gunste van de herbouw van de omC motorwagens willen gebruiken. Echter, als u tevens het woord “RETOUR” vermeldt bij uw overboeking wordt het bedrag teruggestort. Uiteraard is elke bijdrage van harte welkom, maar schenkers van bedragen van 2000,- euro en hoger krijgen enkele exclusieve voorrechten. Die beginnen al bij aankomst van de locomotief in Nederland. U ontvangt dan een uitnodiging om daarbij aanwezig te zijn. Ook zal uw naam op de gedenkplaat op de loc opgenomen worden. Vermeld dan ook uw adres bij de storting als u een dergelijk grote bijdrage overmaakt.

Crowdfunding

Met de Amerikanen is afgesproken dat wij de komende drie maanden een crowdfunding actie zullen opstarten waarna een beslissing wordt genomen of de aanschaf en het transport vanuit Amerika daadwerkelijk kan worden gerealiseerd. Mocht dat om welke reden dan ook toch “a bridge too far” zijn, dan zal zoals aangegeven als alternatief, het Italiaanse traject, verder opgepakt gaan worden. Hoe dan ook blijft de voorwaarde dat voor elk van de locomotieven voldoende geld binnen moet gaan komen om de gang naar Nederland van één van hen te kunnen realiseren. De kans dat er zich ooit nog een gelegenheid voordoet om een “echte NS 2000” te verwerven is minimaal, daarmee is dit echt een “once in a lifetime” kans. Deze oproep mag iedereen dan ook lezen als NU of NOOIT. Om dan maar in de sfeer te blijven willen wij een oude slogan uit de Tweede Wereldoorlog gebruiken van Rosie the Riveter en zeggen “YOU CAN DO IT”. Geef daarom gul en help ons deze unieke bevrijder nogmaals naar Europa te halen!